Carolien Noordhuizen: ‘Roken was mijn grote liefde’

Het is weer Stoptober. En vanaf volgend jaar is Haga rookvrij. Daarom volgen we de komende maanden Hagacollega’s die een poging doen om hun sigaret in de ban te doen. Niet ter dwang, wel ter inspiratie. Carolien Noordhuizen, redacteur bij de afdeling Strategie & Communicatie, interviewt de komende maanden collega’s over hun ervaringen met (gaan) stoppen met roken. Zij trapt zelf af.

“Ik heb altijd een stevige hekel gehad aan de druk die de buitenwereld aan rokers oplegt om te stoppen met hun vermaledijde gewoonte. Stoppen met roken werkt alleen maar als de stopwens uit jezelf komt. Je hebt er namelijk al je wilskracht voor nodig, en nog net een beetje meer. Daarom heb ik ruim 20 jaar op mijn stronteigenwijst doorgerookt.

Iets in mijn keel

Toch wil het wel eens helpen als de tekenen aan de wand zich opeens vermenigvuldigen. Vooral als je er al een beetje voor open staat. Diep van binnen weet je natuurlijk wel dat dat kleine, repeterende hoogtepunt in je leven je uiteindelijk waarschijnlijk de das om gaat doen. Bij mij was een van de tekenen een harde waarschuwing: er zat iets in mijn keel wat niet goed voelde. Na een maand van onderzoeken werd er niets gevonden. Ik was ontzettend opgelucht. Toen kwam de vakantie eraan. En een vakantie zonder roken, was in mijn ogen geen vakantie. Dus begon ik stiekem weer, met eentje. En toen nog één.

Relatie met Philip Morris

Stoppoging 2 kwam enkele maanden later, toen ik een relatie kreeg met iemand die me zachtjes masseerde in de richting van een rookvrij bestaan. Het lukte me om een half jaar te stoppen, deze keer met nicotinepleisters. Dat was ideaal: nu kon ik de gewoonte blokkeren, terwijl de verslaving me niet beheerste. Voor mij werkte dat.

Na een half jaar ging ik op vakantie en vond ik dat ik best wel een paar sigaretten kon roken. Ik was er nu van af en na die week zou ik gewoon weer stoppen; dat had ik jaren geleden ook een keer gedaan. Helaas bleek de verslaving ook nu hardnekkiger dan mijn wilskracht. Na een week was ik weer volop op stoom. Wel met een slecht gevoel over mezelf. Want het had me veel, heel veel, energie gekost om niet meer te roken. En mijn partner werd ook niet blij van mijn hernieuwde verbintenis met Philip Morris. De relatie met hem – niet die met Philip – sneuvelde.

“Dit is niet goed, hè”

Op een gegeven moment kwamen er echter wat veel tekenen aan de wand. Ik werd elke ochtend wakker met geïrriteerde longen. Als ik dieper inademde, begon ik direct te hoesten. Dat voelde niet goed. Op mijn werk zat ik ook steeds vaker te hoesten. Een collega van wie ik het niet verwachtte, zei oprecht bezorgd: “Dit is niet goed, hè”. Dat kwam aan.

Rond die tijd zag ik ook een interview op tv met Wanda de Kanter, longarts en anti-rookactivist. Ze vertelde dat ze zelf tot haar 47e gerookt had. Opeens was ik ontvankelijk voor haar boodschap. Omdat ze wist waar ze het over had. Omdat ze het verslavingsmechanisme van binnenuit kent.
Ik las daarnaast over steeds meer ziekenhuizen die rookvrij werden, en ging me zorgen maken dat het Haga ook rookvrij zou worden. Ik had geen idee hoe ik de periode tot mijn lunchpauze zou kunnen volhouden zonder een sigaret. En, o ja: ik kreeg een nieuwe vriend die roken, rooklucht en rooksmaak verafschuwt.

Begin september 2019 ben ik opnieuw gestopt met roken. Weer met nicotinepleisters en deze keer met minder moeite. En toen begon het hoesten.

Angst voor COPD

Jarenlang had ik mezelf wijsgemaakt dat het wel meeviel met de staat van mijn longen, omdat ik nooit hoestte. Dat is sinds het stoppen wel anders. Ik ben nu ruim een jaar rookloos, maar heb nog elke dag aanvallen van kriebelhoest. Ik heb standaard hoestsnoepjes in mijn tas omdat ik anders van COVID-19 wordt verdacht. Mijn longcapaciteit is nog niet hersteld (bij de vorige stoppoging was dat na een half jaar wel het geval) en mijn adem piept als ik lig. Ik ben bang dat ik beginnende COPD heb, maar durf niet naar de huisarts om dit te laten onderzoeken. Ik hoop, kortom, dat het overgaat.

Geen blije niet-roker, wel opgelucht

Door de klachten weet ik één ding zeker: ik mag nooit, maar dan ook nooit meer roken. Dat voelt als een opluchting én een verlies. Roken was mijn grote liefde. Ik voelde me vrij als ik rookte. Ik kreeg goede ideeën als ik rookte. Ik ben maanden in de rouw geweest.

Nu baal ik alleen nog maar met vlagen, bijvoorbeeld als ik in iemand zijn sigarettenlucht loop. Dat vond ik als kind al heerlijk ruiken. Maar verder houdt roken me bijna nooit meer bezig. Ik heb zelfs al twee rookvrije vakanties gehad, en die waren best leuk.

Het gaat wat ver om te zeggen dat ik nu een blije niet-roker ben, maar ik ben wel opgelucht dat ik mijn gezondheid niet meer saboteer. Ik zou evenwel nog opgeluchter zijn als zou blijken dat ik geen COPD heb.”